Het gebruik van paardendekens roept vaak discussie op. Sommige eigenaren leggen zodra de temperatuur daalt een deken op, terwijl anderen hun paarden liever zo lang mogelijk zonder laten staan. Maar vanaf welke temperatuur is een deken nou echt zinvol?
Wetenschappelijk onderzoek laat zien dat paarden uitstekend in staat zijn hun temperatuur te reguleren, maar dat er omstandigheden zijn waarin een deken wel belangrijk kan zijn. Denk aan koude nachten, natte omstandigheden of een geschoren paard.
Paarden hebben een indrukwekkend vermogen om zichzelf warm te houden. Hun dikke huid, wintervacht en spieren zorgen voor isolatie en warmteproductie. Daarnaast levert het verteren van ruwvoer veel warmte op. Voldoende en constant ruwvoer is daarom belangrijk om de lichaamstemperatuur stabiel te houden, vooral bij kou.
De Lower Critical Temperature (LCT) is het punt waarop een paard extra energie moet verbranden om warm te blijven. Voor gezonde, ongeschoren paarden ligt dit rond −5 tot −10 °C. Onder deze grens neemt het energieverbruik toe, wat vaak zichtbaar wordt doordat paarden meer gaan eten of actiever bewegen.
Belangrijk is te begrijpen dat niet de buitentemperatuur alleen bepalend is, maar de combinatie van vacht, conditie, voeding en omgeving.
De vacht speelt een erg belangrijke rol bij warmteregulatie. Een paard met een dikke wintervacht kan goed tegen kou, mits droog en beschut. De haren staan rechtop en vormen een isolerende luchtlaag.
Zodra een paard geschoren wordt, vervalt dit natuurlijke systeem. Een geschoren paard kan bij temperaturen rond 5 / 10 °C al moeite hebben om warm te blijven. Voor sportpaarden wordt daarom vaak gekozen voor een deken, zodat ze niet te veel energie verliezen en beter presteren.
Het moment van scheren en het type scheerpatroon bepalen hoeveel bescherming nodig is. Houd hier rekening mee bij de keuze voor een lichte, medium of zware deken.
Niet de temperatuur alleen bepaalt of een paard warmte verliest, maar vooral wind en regen. Wind blaast de isolerende luchtlaag uit de vacht, terwijl regen de haren platdrukt en de isolatie sterk vermindert. Dit ‘gevoelstemperatuur’-effect betekent dat een paard bij 5 °C met regen en wind net zo veel warmte kan verliezen als bij echte vorst. Beschutting maakt hier het verschil. Een paard dat kan wegkruipen achter een haag of in een schuilstal heeft vaak minder behoefte aan een deken dan een dier dat volledig is blootgesteld aan de elementen. Daarom is het beoordelen van de omstandigheden in de wei of paddock altijd een eerste stap in het maken van de juiste keuze.
Niet ieder paard reageert hetzelfde op kou. Ras en lichaamsbouw speelt hierbij ook een rol. Zo zijn volbloeden en paarden met een dunne huid gevoeliger dan koudbloeden. Voor deze groepen is het verstandig om al bij mildere temperaturen, rond 5–10 °C, een passende deken te overwegen.
Oudere paarden hebben vaak een minder dichte vacht en minder vetreserves, waardoor ze sneller afkoelen.
Veulens en jonge paarden zijn nog volop in ontwikkeling en kunnen hun temperatuur minder goed reguleren.
Ook magere of zieke paarden hebben baat bij extra bescherming, omdat hun energie vooral nodig is voor herstel.
De wintervacht van een paard wordt vooral gestuurd door daglengte. Zodra de dagen korter worden, meestal in augustus of september, start de aanmaak van dikkere haren. Temperatuur speelt ook mee. Koude nachten versnellen de groei en zorgen voor een vollere vacht. Het vroegtijdig gebruik van dekens kan dit proces afremmen. Omdat de huid minder afkoelt, krijgt het paard minder prikkel om extra haren aan te maken. Dit effect is het sterkst wanneer dekens al in september of oktober worden gebruikt, vóórdat de vachtwissel volledig op gang is.
Praktische tip
Wil je de wintervacht beperken? Begin dan met een dunne deken zodra de nachten onder de 12–15 °C komen en de dagen korter worden.
Onderzoek laat zien dat paarden soms zelf een voorkeur aangeven voor een deken. In studies kregen paarden de keuze tussen buiten lopen met of zonder deken, of toegang tot een schuilplek. Bij koud en nat weer kozen ze vaker voor een deken of beschutting, terwijl ze bij zacht en droog weer liever zonder bescherming bleven. Dit laat zien dat paarden actief reageren op hun omgeving en zelf kunnen aangeven wat voor hen comfortabel voelt.
Paarden laten vaak zelf zien hoe ze zich voelen. Kou kan zich uiten in rillen, strak opgetrokken spieren, veel bewegen of juist ineengedoken staan. Warmte herken je aan zweten onder de deken, onrustig gedrag of meer rollen. Let ook op de vacht. Paarden zetten hun haren overeind (pilo-erectie) om extra lucht vast te houden. Dit is een normaal isolatiemechanisme en betekent niet automatisch dat een paard het koud heeft. Pas wanneer je naast rechtopstaande haren ook rillen of een ineengedoken houding ziet, is er sprake van echte kou.
Het kiezen van de juiste deken vraagt niet alleen om een inschatting van de weersomstandigheden, maar ook om de juiste dikte. Dekens worden vaak aangeduid in gram vulling, wat een maat is voor de warmte-isolatie.
Een dunne deken heeft 0–100 gram vulling en wordt vooral gebruikt als regendeken of dunne bescherming.
Een medium deken ligt tussen 150–250 gram en biedt extra warmte bij koude of natte dagen.
Een zware deken heeft 300 gram of meer en wordt ingezet bij strenge vorst of kwetsbare paarden.
Let op dat pasvorm, materiaal en het combineren van lagen ook invloed hebben op de warmte. Controleer dagelijks of je paard comfortabel blijft en pas het gebruik van dekens hierop aan.
Een deken is niet zonder risico. Een slechte pasvorm kan leiden tot schuurplekken bij de schouders en manen, terwijl natte of vuile dekens hun isolerende werking verliezen en juist huidproblemen veroorzaken.
Ook verkeerd gebruik brengt nadelen met zich mee. Bij te vroeg gebruik kan de natuurlijke vachtontwikkeling afremmen, waardoor een paard afhankelijker wordt van dekens. Te zware dekens geven bovendien risico op oververhitting: het paard gaat zweten, de huid blijft vochtig en de kans op verkoudheden neemt toe.
Niet alleen kou, maar ook warmte is een aandachtspunt. Paarden kunnen hun warmte moeilijk kwijt als de deken te dik is of te lang blijft liggen. Bij temperaturen boven de 15 °C kan een medium of zware deken al snel leiden tot oververhitting, zeker in de zon of tijdens beweging. Signalen zijn zweten onder de deken, vochtige plekken bij schoft of flanken, onrust of loom gedrag en vaker rollen.
Regelmatig controleren en aanpassen is dus noodzakelijk. Til de deken dagelijks op en voel aan de vacht: voelt deze warm of klam, dan is de deken te dik of overbodig. Belangrijk: een deken mag nooit een excuus zijn om minder aandacht te besteden aan goede huisvesting of voeding.
Een eenvoudige richtlijn kan houvast geven. Blijf je paard dagelijks observeren, want geen enkele tabel dekt alle individuele verschillen. Dit schema is een hulpmiddel, geen vaststaand recept.
Droog & weinig wind
Situatie | Ongeschoren paard (wintervacht) | Geschoren paard |
> 10 °C | Geen deken | Geen deken |
5–10 °C | Geen deken | Lichte deken |
0–5 °C | Geen of lichte deken (afhankelijk van ras/conditie) | Medium deken |
< 0 °C, | Lichte of medium deken | Zware deken |
Regen/wind
Situatie | Ongeschoren paard (wintervacht) | Geschoren paard |
> 10 °C | Regendeken | Regendeken of lichte deken |
5–10 °C | Regendeken of lichte deken | Medium deken |
0–5 °C | Medium deken. | Medium tot zware deken |
< 0 °C | Medium tot zware deken | Zware deken + goede beschutting |
Let op:
Meld je aan voor de nieuwsbrief en ontvang 15% korting op een online cursus naar keuze.