Paarden hebben een groot vermogen om hun lichaamstemperatuur op peil te houden. Hun wintervacht zorgt voor isolatie, en door beweging produceren ze extra warmte via de spieren. Ook voeding speelt hierbij een belangrijke rol. Tijdens de vertering van ruwvoer in de dikke darm komt warmte vrij, alsof er een kacheltje in de buik brandt.
Daarbij kan de vacht zich aanpassen aan de omstandigheden. Bij kou gaan de haren rechtop staan om een isolerende luchtlaag vast te houden. Dit is een normaal mechanisme van warmtebehoud en betekent dus niet automatisch dat een paard het te koud heeft, maar dat zijn lichaam actief reageert op de omgeving.
Toch kan een paard het te koud krijgen. Dat herken je aan verschillende signalen
een duidelijk teken dat je paard extra warmte probeert te produceren omdat de kou te groot wordt.
Vooral voelbaar achter de oren, bij de schoft of bij de flanken.
Bijvoorbeeld onrust, vaker dicht bij elkaar staan of juist sloom gedrag.
Paarden produceren tijdens inspanning grote hoeveelheden warmte. De belangrijkste vorm van warmteafgifte is verdampingskoeling. Paarden hebben meer en grotere zweetklieren dan veel andere zoogdieren. Hun zweet bevat bovendien het eiwit latherin, dat helpt het vocht door de vacht te verspreiden zodat het beter kan verdampen.
De belangrijkste manier waarop paarden warmte kwijtraken is via verdamping. Zolang je damp boven de vacht ziet, verdampt er actief zweet en wordt warmte afgevoerd. Zodra dit stopt, kan dat twee dingen betekenen:
Risico na inspanning
Tijdens arbeid werkt dit systeem uitstekend, maar na het stoppen van de training verandert de situatie. Het zweet dat in de vacht achterblijft kan in koude of winderige omstandigheden juist leiden tot te snelle afkoeling van huid en spieren. Dit vergroot de kans op spierstijfheid, verminderde weerstand of luchtweginfecties.
Wanneer een paard niet meer dampt, kan hij geen kou meer vatten.
Geen damp zien betekent alleen dat er geen actief verdampingsproces meer plaatsvindt. De huid kan nog steeds nat of klam zijn, en natte haren geleiden warmte sneller weg van het lichaam. Vooral bij kou of wind kan een paard daardoor alsnog te snel afkoelen.
Controleer altijd met je hand of de huid onder de vacht echt droog en warm is. Is de vacht nog vochtig, dan kan een zweetdeken of extra droogwrijven nodig zijn om afkoeling te voorkomen.
Een natte vacht is een risico, vooral in koude of winderige omstandigheden. Water in de haren geleidt warmte sneller weg van de huid. Hierdoor kan een paard na inspanning te snel afkoelen, met stijfheid, verminderde weerstand of zelfs verkoudheden tot gevolg.
Laat je paard doorstappen tot ademhaling en hartslag weer rustig zijn.
Gebruik een zweetdeken bij koud of vochtig weer om het droogproces te versnellen.
Droog de vacht handmatig door te wrijven of te borstelen, vooral bij schoft, borst en flanken.
Voelt de huid onder de vacht nog vochtig of koel aan, geef je paard extra zorg om afkoeling te voorkomen.
Meld je aan voor de nieuwsbrief en ontvang 15% korting op een online cursus naar keuze.